Skip links

Skiduim

Wat is een skiduim? 

Bij een skiduim is er een bandje beschadigd dat aan de pinkzijde van de duim loopt. Dit bandje is belangrijk voor de stabiliteit van het gewricht tussen het middenhandsbeentje en het eerste kootje van de duim. Een skiduim kan worden opgelopen door te vallen op de duim om door ergens achter te blijven haken met de duim. Een chronische skiduim kan ontstaan door overbelasting of bij reumatische aandoeningen.

Wat zijn de klachten bij een skiduim? 

Bij een acute skiduim (dus na een val of ander trauma) is er pijn aan de pinkzijde van de duim met daarbij zwelling en soms een zichtbare bloeduitstorting. Bij een chronische skiduim is er vooral pijn, maar ook zwelling komt voor. De pijn wordt uitgelokt door belasting van het gewricht zoals bij het oppakken van zwaardere voorwerpen. De knijpkracht is hierbij vaak verminderd.

Diagnose 

Op basis van het klachtenpatroon en lichamelijk onderzoek wordt de diagnose gesteld. Aanvullend worden röntgenfoto’s gemaakt om te beoordelen hoe het gewricht eruit ziet en om te controleren of er ook letsel is aan he bot. Soms wordt een echo gemaakt om de band te beoordelen.

Behandeling:

Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Wanneer het bandje aan de pinkzijde van de duim is ingescheurd maar niet volledig afgescheurd, dan kan er een niet-operatieve behandeling worden toegepast. Deze behandeling bestaat uit gips en/of een brace gedurende 3-4 weken. Hierna volgt vaak handtherapie om de conditie van de duim weer op te bouwen.

Operatieve behandeling

Wanneer het bandje volledig is afgescheurd, of wanneer er blijvende instabiliteit is dan bestaat er een operatie indicatie. Tijdens deze operatie wordt het bandje gerepareerd aan het bot waarvan het is losgescheurd. Als er een botfragment is dan wordt dit weer vastgemaakt aan het eerste kootje van de duim. Als er een chronisch probleem is en het bandje niet meer gebruikt kan worden, dan wordt er vaak een herstel verricht met lichaamseigen peesmateriaal.

De operatie gebeurt in dagbehandeling. De hele arm wordt verdoofd door een zenuwblokkade of er wordt algehele narcose toegepast. De wond wordt gehecht met hechtingen die na 10-14 dagen weer verwijderd kunnen worden. Na de ingreep heeft u een drukverband met gipsspalk en na het verwijderen van de hechtingen moet u tot 6 weken na de operatie een brace dragen. Na 6 weken mag de brace worden afgebouwd en langzaam bewegelijkheid en kracht worden opgebouwd. De handtherapeut zal u bij uw herstel begeleiden.

Tijdens het spreekuur krijgt u uitgebreide informatie over de nabehandeling en het herstel en krijgt u een informatiebrochure over de ingreep.

Meer informatie over:

Heupprothese
Heup
Knieprothese
Schouder
Schouderprothese
Hand/pols/elleboog